ATTENTION DEAR READERS!!!

As of january 2013 this blog is closed: I have started a new blog and will no longer post here on The Writing Tree. From now on you can find my photographs & tutorials here:


You can follow Nittybits through blogger, bloglovin' and facebook!

Hope to see you there soon :)

Love,
Jenny

Thursday, September 07, 2006

Het grote waanzinnige appel-avontuur

We scheuren over de snelweg en achter het stuur eet Wouter een appel. Zoals gewoonlijk wijs ik hem op de diverse scenario’s die mogelijk zouden kunnen leiden tot onze dood door een ernstig auto-ongeluk.
‘Jenny!’, roept Wouter, ook zoals gewoonlijk. ‘Stel je toch niet zo aan! Ik weet wat ik doe!’
Waarna hij bijna de berm in rijdt.

Ik hou het klokhuis vast, want Wouter moet zich concentreren op de weg. Ik moet het maar uit het raam gooien, vindt hij. Ik draai het raam open en meteen beukt de wind op me in. Ik draai het raampje weer dicht.
‘Ik hou hem wel vast’, zeg ik.
‘Hoezo?! Gooi hem gewoon in de berm!’
‘Nee, we gaan te hard.’
‘Dus?’
‘Dus: ik heb een hele zwakke gooi. Zo wordt hij meegezogen door de wind en explodeert hij op de voorruit van de auto achter ons, waarna die over de kop slaat en een Final Destination 2-ongeluk veroorzaakt waardoor er een hele hoop in elkaar verwrongen auto’s achter ons ligt!’
De blik van Wouter zegt genoeg. Gooien die appel!

Even later nemen we een afslag en zie ik in het groene gras de perfecte rustplaats voor het klokhuis. In plaats van het raam doe ik per ongeluk de deur open, wat meteen illustreert hoe weinig ik van auto’s weet.
Weer een gemiste appel-gooi kans.

Twintig kilometer later vindt Wouter dat ik het stinkende, bruin wordende stuk afval nu toch echt wel weg mag gooien. ‘Maar Wouter,’ zeg ik terwijl ik het al helemaal voor me zie, ‘zo rijdt er een motoragent achter ons en krijgt die hem op zijn helm!’
‘Dood door appel’, zegt Wouter.
‘De appel-moord’, zeg ik.

Eindelijk komen we weer in de bewoonde wereld en remmen we af bij een stoplicht. Ik draai het raampje open, gooi het klokhuis eruit en raak bijna een verkeersbord.
De appel is weg. Al voel ik me wel een beetje asociaal…

Boer'n op de stoep!

‘Ha!wiesienfongerritsenenwiegiensoefenmetdegefelsandeslag.’

Ik kijk de man op de stoep stomverbaasd aan. ‘Oké’, gok ik.

‘Oképrimamoetusoweg?’

‘Nee, ik ben de hele middag thuis’, antwoord ik, blij dat ik dat kon verstaan.

‘Okedaneetenwieefenuunbruutjeendangaanwebeginne.’

‘Oké, prima’, gok ik weer. Ze gaan dus ergens mee beginnen, maar waarmee? Ik heb werkelijk geen idee… :S

Tuesday, September 05, 2006

Holland’s Next Top Model

‘In me handuh, hep ik neguh foto’s’, zegt topmodel Yfke Storm. Tja, en als er dan tien model-wannabee’s op een rijtje staan, dan betekent dat oorlog!

Holland’s Next Top Model is de Nederlandse versie van America’s Next Top Model. Als grote fan van deze enorm oppervlakkige, super commerciële reality show zat ik gisteren natuurlijk klaar voor de eerste aflevering.

Vanaf de eerste minuut ben ik bezig met het uitkiezen van favorieten. Die heeft een waterhoofd, die is arrogant. Uiteindelijk kies ik drie meisjes die het volgens mij ver gaan schoppen in de afvalrace. Maar van mij mag sproetenkop Anna Marie (1 meter 72, maatje 34) winnen.

‘Anna Marie, hou voortaan je buik in’, zegt Yfke tegen het meisje, dat volgens haar ook al een te lange nek en een onderkin heeft. Nou moe…

Als Anna Marie een onderkin heeft, dan ben ik Jabba The Hut…


















Monday, September 04, 2006

Het zal toch niet waar zijn...

Het moest er een keer van komen, maar o mijn god!

>>> Steve Irwin is dood! <<<

Blut – blutter – blutst

Wouter en ik zijn het erover eens: het is beter om een blutte student te zijn, dan een blutte werkloze.

Als blutte student kun je immers zeggen: ‘Hè, gut, nee: ik heb geen geld. Student hè, je kent het wel.’

Als blutte werkloze kom je niet verder dan: ‘Hè, gut, nee: ik heb geen geld. Ik ben namelijk een BUM.’ O_o

En dan heb ik het nog niet eens over de mensen die binnenkort ongetwijfeld gaan vragen: ‘Maarre… Wat doe je nou de hele dag?’

Saturday, September 02, 2006

The end of an era

Het hondje is wit met vieze, bruingele urinepootjes, de vrouw heeft een leggingbroek aan met daarop een spijkerjasje waarop ze haar GeMagic heeft losgelaten.

‘Oh, ja, je bent zo lief! Ja, jij ja, je bent zo lief! Wie is er lief dan, wie is er lief? Ja, jij ja, je bent zo lief!’

Vol walging kijk ik toe. Als ik merk dat mijn gemoedstoestand duidelijk is af te lezen op mijn gezicht, concentreer ik me snel weer op de rij voor me.

Uiteindelijk is ook de GeMagic-mevrouw aan de beurt bij het postkantoor. Het urinepootjes-hondje blijkt bij nadere inspectie ook nog eens een knalroze, met nepdiamantjes bedekte halsband en bijpassende riem te hebben. Wat leuk, baas en hond matchen…

Als ik aan de beurt ben en mijn OV-jaarkaart na vier jaar trouwe dienst inlever, bekruipt mij plots een ietwat melancholisch gevoel. Ik was zo druk bezig met het urinepootjes-hondje dat ik even vergat dat ik met deze handeling een heel tijdperk afsluit. Aarzelend blijf ik nog even staan.
’Kan ik verder nog wat voor je betekenen?’, vraagt de jongen achter de balie.
‘Uh, nee hoor. Dat was het’, breng ik uit.
‘Dan wens ik je een heel prettig weekend’, zegt hij niet onvriendelijk.
‘Hetzelfde’, antwoord ik, en ik loop weg.

The end of an era… En ik weet nog niet of ik er blij mee ben…

Friday, September 01, 2006

Humor en ranzigheid

Het moest er toch een keer van komen: een fragment uit mijn schrijfsels op dit blog…

Onlangs deed ik mee aan een thriller-verhalenwedstrijd. Nu schrijf ik nooit thrillers, en het resultaat was dan ook niet bepaald geslaagd: een vreemde mengeling van humor en ranzigheid.

Wel was het een leuke oefening. Je moest een fragment afmaken, in maximaal 4000 woorden. Het was ook nog eens in de ik-vorm, waardoor het geheel helaas een nogal a-creatief karakter kreeg.

De al bestaande opzet van het verhaal: een rechercheur, de ik-persoon, vindt op zijn vrije dag het lijk van een vrouw waar hij al drie weken naar zoekt op zijn favoriete vissersplekje…

Ruim drie kwartier later arriveerde de Technische Recherche. Ik begroette hen met een korte knik, terwijl ik achterover leunde op mijn vissersstoeltje.
“Van Der Voort”, bromde Govert Grundmeijer bij wijze van groet, al klonk het bij hem altijd meer als een verwijt.
“Grundmeijer!”, antwoordde ik op overdreven vrolijke toon. “Wat enorm gezellig dat jullie ook even langs wippen! Koffie?” Ik hield mijn thermoskan omhoog.
“Ik zie dat je het jezelf alvast gemakkelijk hebt gemaakt”, zei hij, mijn vraag negerend. Ik haalde mijn schouders op. “Tja, als ik bijna een uur op jullie moet wachten, neem je het me toch niet kwalijk als ik er even bij ga zitten.”
Grundmeijer moest duidelijk zijn best doen om zich in te houden. Hij knikte richting de waterkant, een tiental meter verderop, en vroeg op bruuske toon: “Heb je iets aangeraakt?”
“Ja, Govert.” Ik knikte met een spijtig gezicht. “Ik kon me niet inhouden. Meteen toen ik haar zag heb ik me eens even lekker uitgeleefd en alles in een straal van twintig meter onder gezeken.”
Dat was blijkbaar de druppel die Grundmeijers spreekwoordelijke emmer deed overlopen, want hij hield zijn dikke, pafferige vinger vlak voor mijn neus en zei op dreigende toon: “Nou moet jij eens even heel erg goed luisteren, irritante etter die je er bent. Jij – ”
“Heren, heren!” Houtappels kwam met een sussend gebaar door het hoge gras aanlopen, zijn kleren en grijzende haren ietwat gekreukt en warrig, alsof hij zich gehaast had klaargemaakt. “Laten we het netjes houden, zo op de vroege ochtend!”
“Hou jij je mannetjes nou maar in de gaten”, reageerde Grundmeijer verhit terwijl hij naar zijn team liep, dat al was begonnen met het afzetten van de directe omgeving en het plaatsen van genummerde bordjes op de drassige grond.
“Moet je die arme man nou altijd zo opfokken?”, vroeg Houtappels terwijl hij met zijn handen in zijn zakken over het water uitkeek. Ik hoorde aan zijn stem dat het niet als berisping was bedoeld.
“Opfokken?”, zei ik zo onschuldig mogelijk terwijl ik mijn thermoskan in mijn visserskoffertje stopte en mijn stoeltje opklapte. “Zoiets zou ik toch nooit doen?”
Hij stootte een lach uit, wat hem op een norse blik van Grundmeijer kwam te staan. “Spaar jij je energie nou maar”, vervolgde hij iets zachter. “Er staat je nog een lange dag te wachten.”